Arbeidsconflict: Terugkeer

Een werknemer bij een bedrijf in de witgoedsector zit ziek thuis na een hevig conflict met zijn werkgever en overige werknemers. De werkgever heeft besloten hem uit zijn functie van bedrijfsleider te ontheffen. Er is geen communicatie tussen partijen. In het eerste gesprek met de mediator blijkt dat de werknemer er weliswaar grote moeite mee heeft dat hij uit zijn functie is gezet. Maar hij heeft er ook begrip voor. Hij wil echter graag bij het bedrijf, waar hij al vele jaren werkt, blijven werken. De werkgever waardeert de betrokken werknemer. Hij wil hem een kans geven om terug te keren, maar heeft ook twijfels of de overige werknemers nog met de betrokken werknemer door één deur zullen kunnen. Samen met de mediator is gekeken hoe hiermee kan worden omgegaan. Afgesproken wordt dat de werknemer terug zal keren en hoe met de overige werknemers zal worden gecommuniceerd. Na 2 maanden zal er een nieuw mediation gesprek worden gehouden om te kijken hoe het gaat en of er eventueel nieuwe afspraken moeten worden gemaakt. Dat laatste gesprek blijkt niet nodig. De werknemer werkt tot volle tevredenheid van de werkgever. Hij is weer deel van de groep.

Arbeidsconflict: Goede vertrekregeling

Een leidinggevende in de kinderopvang heeft een conflict met de directeur van de organisatie. De hele situatie heeft haar aangegrepen. Werkneemster is herstellende van een burn-out. In een aantal gesprekken met de mediator wordt duidelijk dat er geen wederzijds vertrouwen meer is, waardoor terugkeer naar de oude functie feitelijk niet meer mogelijk is. Vervolgens is gesproken over een goede vertrekregeling. Uiteindelijk zijn partijen overeengekomen dat de werkneemster, naast de vergoeding van een aantal maanden salaris, begeleiding krijgt voor haar herstel van burnout en een outplacement begeleiding.

Ondernemingsraad en Raad van Bestuur

De samenwerking tussen de Ondernemingsraad (OR) en Raad van Bestuur (RvB) van een grote scholengemeenschap verslechterde in korte tijd. Er werd niet of nauwelijks met elkaar gesproken maar vooral schriftelijk gecommuniceerd. Men beschuldigde elkaar over en weer van onwaarheden. De wederzijdse irritaties liepen hoog op. Aan beide kanten had men het gevoel niet serieus te worden genomen. Beide partijen wilden eigenlijk een vruchtbare samenwerking met respect voor ieders rol en positie, maar waren niet in staat dat met elkaar te bereiken. Dat was de uitgangspositie bij de start van de mediation.

Eerst moest er ruimte zijn voor het uiten van frustraties en wensen.  Daarna is in een aantal mediationbijeenkomsten onderzocht wat beide partijen verstaan onder een goede samenwerking, wat ze nodig hebben en wat ze elkaar te bieden hebben. Ook is gekeken wat precies tot problemen leidde en wat kan worden gedaan om dat op te lossen en  te voorkomen. Uiteindelijk hebben alle partijen uitgesproken dat ze op een vruchtbare manier willen samenwerken, dat zij zich daarvoor in willen zetten. Met de procesafspraken die gemaakt zijn heeft men een leidraad voor een vruchtbare samenwerking in de toekomst.

Einde samenwerking in BV betekent niet einde vriendschap

Twee vrienden starten tijdens de studie bij wijze van grap samen een internetwinkel. Het bedrijf loopt goed. Daarnaast werken ze nog elders in loondienst. Het bedrijf draait steeds beter. Er wordt personeel aangenomen. A en B besluiten hun banen op te zeggen en zich volledig op het bedrijf te richten. Partner A stopt als eerste met loondienst en partner B volgt drie maanden later. Na een maand of drie blijken de inkomsten van het bedrijf tegen te vallen en ook de samenwerking verloopt niet vlekkeloos. De partners lenen eigen geld aan de BV. Na een aantal maanden komt B tot de conclusie dat hij toch liever in loondienst in zijn oude vak werkt. Hij wil uit de BV stappen, zijn lening terug en ook  een deel van de waarde van het bedrijf ontvangen. Hij wil wel een klein van zijn aandelen behouden. Ze komen samen niet uit deze onderhandeling en schakelen mij in.

Na twee gesprekken komen ze samen tot een oplossing, ze worden het eens over het door de BV te betalen bedrag aan A, de betalingstermijnen, en over het percentage aandelen dat B behoudt. Voor A is het van  belang dat hij voldoende ruimte heeft om het bedrijf verder voort te zetten, maar ook dat de vriendschap behouden blijft. Dat laatste geldt ook voor B. Hij blijft uiteindelijk als ambassadeur verbonden aan het bedrijf, hij zal zich een aantal keren per jaar inzetten bij evenementen of in de winkel die bij de internetwinkel hoort. Met een high five na de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst beëindigen zij de mediation.

Goede buren

De familie A woont 35 jaar in de desbetreffende woning. De familie B komt daar 2 jaar geleden naast wonen. De eerste jaren hebben de buren een goed contact. Dan plaatst familie B een nieuwe erfafscheiding op wat volgens hen de erfgrens is. Familie A is van mening dat de erfgrens anders loopt. De verhoudingen verslechteren. Er ontstaat een conflict dat uiteindelijk aan de rechtbank wordt voorgelegd. Partijen wordt daar de mogelijkheid van mediation geboden. Zij maken daar gebruik van. In het eerste mediation-gesprek komen de emoties naar boven en ook het gelijk dat de beide partijen denken te hebben. Beide families betreuren het dat zij nu zo tegenover elkaar staan, dat is niet wat zij willen. Uiteindelijk ligt er voorstel voor een oplossing. Dat wordt in het tweede gesprek, ter plaatse, toegelicht en door beide families nader ingevuld. Een ieder kan zich in de uiteindelijke oplossing vinden. Men is blij dat het probleem zo is opgelost en dat men weer verder kan leven als goede buren. Het verzoek bij de rechtbank wordt ingetrokken.

Zakelijk geschil

Bedrijf C koopt van bedrijf D een vloer-drainagesysteem voor de manegebak in het bedrijf van C. C is daar niet tevreden over. D treft een aantal voorzieningen om de klachten van C te verhelpen. D geeft ook aan dat C de manegevloer niet deugdelijk heeft onderhouden. De kwestie belandt uiteindelijk bij de rechtbank. Partijen maken gebruik van de mogelijkheid van mediation. In de mediation wordt besloten dat er een deskundige manegevloeren wordt ingeschakeld (op kosten van partijen). Hij zal advies geven over een aantal in de mediation geformuleerde vragen. Na 4 weken is het rapport van de deskundige beschikbaar. Op basis daarvan komen partijen in de mediation tot een zodanige oplossing dat het verzoek bij de rechtbank wordt ingetrokken.

Overheid: Garagebedrijf

Meneer X heeft in een bijgebouw op het perceel van zijn ouders een kleinschalig garagebedrijf. Gemeente Y is van mening dat dat bedrijf daar niet is toegestaan. Er zijn verschillende procedures daaromtrent gevoerd. Onder andere bij de Raad van State. Beide partijen interpreteren de uitspraak van de Raad van State verschillend. Na een serie gesprekken en onderhandelingen worden partijen het in de mediation uiteindelijk eens over de condities waaronder het kleinschalige garagebedrijf in dit geval kan worden toegestaan. De condities worden vastgelegd in een gedetailleerde vaststellingsovereenkomst die door beide partijen wordt ondertekend.

Einde VOF

Vennoot S en vennoot K hebben sinds 2007 samen een VOF, een kleine specialistische uitgeverij. De samenwerking tussen K en S verloopt in de loop der jaren steeds stroever. Uiteindelijk besluit vennoot K dat hij de samenwerking wil beëindigen en doet hij S een overnamevoorstel zodat hij (K) alleen de uitgeverij kan voortzetten. Om dit proces goed te laten verlopen hebben de vennoten ervoor gekozen zich te laten begeleiden door een mediator. Allereerst is gesproken over hoe beiden de samenwerking hebben ervaren en waar het misging. Beiden trekken de conclusie dat ze onvoldoende vertrouwen hebben in een herstel of verbetering van de samenwerking. Vervolgens is onderhandeld over de condities van overname door vennoot K. Dat was een intensief proces, waarbij het ook zinvol bleek dat er enige bezinningstijd tussen de verschillende bijeenkomsten was. Beiden zijn tevreden met de uitkomst en het gevolgde mediation-traject.

Onderwijs: Samenwerking in een Medezeggenschapsraad

In een Medezeggenschapsraad van een basisschool is een conflict ontstaan tussen de oudergeleding en de leerkrachtgeleding. Tijdens de eerste bijeenkomst blijkt dat dit conflict vooral is ontstaan door onvoldoende overleg en oog voor elkaars verschillende posities als ouder of als leerkracht. Nadat de zaken een keer goed zijn uitgesproken blijkt er nog een goede basis te zijn voor verdere samenwerking. In een tweede bijeenkomst is onderzocht welke organisatorische maatregelen kunnen helpen om in de toekomst dergelijke misverstanden te voorkomen en de communicatie te verbeteren en het functioneren van de medezeggenschapsraad te versterken. Hieraan gekoppeld is een actieplan gemaakt.